‘Zoeoef, zoeoef, zoeoef’. Het raam waardoor ik staar, zit vol regendruppels. Bomen, weiland, lucht en huizen flitsen zo snel voorbij dat het kleurige strepen worden. Terwijl ik naar buiten kijk, dwalen mijn gedachten naar hoe het zal zijn op mijn eindbestemming. Heerlijk om deze reis te maken, fijn als ik er straks ben!

Dan, plotseling schiet ik naar voren als een propje die door een katapult wordt weggeschoten. Naast mij valt een kind op de grond, hij zet het op een brullen. Zijn moeder (denk ik) slaakt een gilletje en grijpt het kind stevig vast. “Hooo!”, hoor ik anderen roepen. Knarsend en piepend mindert de trein vaart.

In de afgelopen maanden was het heerlijk om druk bezig te zijn met het realiseren van onze droom. Ik geniet ervan dat we stap voor stap vorderen. We varen wekelijks lange weekenden op Zilt, ons schip, en leren de ins en outs steeds beter kennen. Het is een onbeschrijflijk gevoel van vrijheid om daar te mogen zijn. Gedurende de rest van de week, werk ik aan een uitdagende klus. Dat is best intensief. Ik ben er zó gefocust mee bezig, dat ik de alarmbellen niet heb gehoord: vermoeidheid, boos op alles en niets, slechter slapen. Je zou zeggen dat het voor de hand liggende signalen zijn waar een gemiddelde coach met enig reflectief vermogen bij stil staat om zichzelf af te vragen wat er gaande is. Hoe hardleers ben ik dat ik dit nu pas door heb?

Met een schok komt de trein tot stilstand. Ik krabbel omhoog van de grond waarop ik ben gevallen, en kijk door het raam. Hier staan we dan. Onbeweeglijk, midden in een weiland, wachtend op wat er komen gaat. Op nog geen tien meter liggen koeien op hun gemak te kauwen en kijken sloom onze richting op. De rust die zij uitstralen, staat in schril contrast met mijn zere knie waar ik zojuist op gevallen ben. Mijn hersenen scannen op volle toeren de mogelijke scenario’s: ‘Een ongeluk, een defect? Gaan we nog rijden, kom ik op tijd? En worden we nog geïnformeerd over wat er aan de hand is of hoe zit dat???’

Mijn lichaam is moe en mijn hoofd zit vol. Zo vol, dat ie niet meer in staat is tot denken. Ik heb geen energie enzo om volle bak bezig te zijn met onze droom. Mijn diepste wens is vooral om eindelijk weer een volle nacht slapen. Met moeite krijg ik dagelijks een pan gezond eten op tafel en zelfs tover ik een glimlach op mijn lippen voor mijn gezinsleden. Als het even kan, plof ik op de bank om er voorlopig niet meer af te komen. “Sea Miracles”, verzucht ik. Tja, zag ik ze maar.

Na enige tijd kondigt de luidspreker krakend aan dat informatie op komst is. Ik spits mijn oren en probeer te ontcijferen wat er wordt gezegd: ‘… elaas … mededelen …. ernstig… niet verder rijden…. allen verzocht…. te verlaten’. Juist. Deze trein gaat zijn doel niet halen.

Als je maar wil, dat is het verschil’. Een zin die me op het lijf geschreven staat. Hij komt uit een acht-uur-durend theaterstuk die ik jaren geleden heb gezien. Hij is me altijd bijgebleven. Omdat ik overtuigd ben dat een ieder die zijn droom omarmt, deze kan realiseren. Als je maar écht wil en als je er maar hard genoeg voor werkt. Op deze manier werk ik toe naar ons doel, zo help ik anderen om hun dromen te realiseren.

Tot die ene vraag:

Wat als hard werken niet volstaat om een droom te realiseren?”

Boem. Zoals de trein van zojuist, bracht deze vraag mij met een schok tot stilstand. ‘Als je maar wil, dat is het verschil’, suggereert dat dromen realiseren een kwestie is van doen. Maar soms is een droom domweg onbereikbaar. Zoals een blinde niet zal zien, een dove niet zal horen.

Ik stap de trein uit. Een paar meter verder houdt een behulpzame medereiziger het prikkeldraad naar het weiland laag, zodat ik erover kan stappen. De hakken van mijn schoenen in het zompige gras, verraden de hoeveelheid regen van de afgelopen dagen. Achter mij zie ik de stilstaande trein, voor mij een weiland vol koeienflatsen. De bestemming waarnaar ik onderweg was, lijkt nu mijlen ver weg.

Dankbaar ben ik, dat wij in staat zijn om onze droom te realiseren. Al ben ik op dit moment het spoor even bijster. Tuurlijk, gaan we door. Al weet ik nu nog niet precies hoe.